Participatiebudget

Financiering

Verdeling macrobudget
Het landelijke macrobudget (in 2010 is dit ongeveer € 1,9 miljard) wordt tot en met 2011 op basis van objectieve maatstaven over de gemeenten verdeeld. Vanaf 2012 worden de middelen voor inburgering (binnen de grenzen van het totale jaarlijks ter beschikking gestelde participatiebudget) op basis van outputverdeelmaatstaven verdeeld. Voor de OCW-middelen geldt dit vanaf 2013.
Voor inburgering worden de middelen tot en met 2013 aan het Parfticipatiebudget toegevoegd. Vanaf 2014 zijn er geen inburgeringsmiddelen meer in het Participatiebudget beschikbaar.

Outputverdeelmaatstaven

Dit betekent dat er op basis van outputverdeelmaatstaven een herverdeling van inburgerings- en/of OCW-middelen plaatsvindt. Gemeenten die in vergelijking met andere gemeenten beter presteren krijgen dan meer geld.

De outputverdeelmaatstaven voor inburgering zijn:

  • Aantal vastgestelde/overeengekomen inburgeringsvoorzieningen
  • Aantal vastgestelde/overeengekomen duale inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen
  • Aantal personen dat een inburgeringsexamen heeft behaald of het Staatsexamen NT2 programma I of II. Het ministerie voor WWI gaat de deelexamens waaruit het inburgeringsexamen bestaat, laten meetellen in de outputverdeelmaatstaven.

Door uitstel van de marktwerking van het educatieonderdeel participatiebudget, verdeelt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het bedrag voor educatie voor 2010 nog op basis van de bestaande objectieve factoren. Verwacht wordt dat in 2011 wordt gestart met het meten van de prestaties op het terrein van de educatie.

Uitvoeringskosten
Uitvoeringskosten mogen niet uit het participatiebudget worden gefinancierd. Gemeenten krijgen hiervoor een bijdrage via de algemene uitkering van het Gemeentefonds.

Actuele budgetinformatie
Het nieuwsberichtenoverzicht bevat de laatste informatie over de budgethoogte en -verdeling.

Reserveringsregeling
Gemeenten kunnen maximaal 25 % van het toegekende participatiebudget meenemen naar het volgend jaar. Als er méér dan het participatiebudget is besteed aan participatievoorzieningen, kan het meer bestede bedrag tot maximaal 25 % van het toegekende budget ten laste worden gebracht van het participatiebudget voor het daaropvolgend kalenderjaar (administratief voorschot). Deze reserveringsregeling is vastgelegd in het Besluit participatiebudget.

De reserveringsregeling geldt niet voor de gelden (van het aandeel educatie uit het participatiebudget) die niet zijn besteed bij een of meerdere ROC’s voor educatieopleidingen. Deze niet-bestede gelden worden geheel teruggevorderd door het rijk.

Naar boven

Stuur door