Werken naar vermogen
De nieuwe wet Werken naar vermogen
Wetsvoorstel WWNV aangeboden aan de Tweede Kamer
Op woensdag 1 februari 2012 is het Wetsvoorstel WWNV naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarover is een persbericht uitgegeven. Onder dit persbericht vindt u alle officiële documenten die samenhangen met het wetsvoorstel
Alle tekst die hierna volgt is gebaseerd op de Hoofdlijnennotitie WWNV die staatssecretaris De Krom op21 april 2011 naar cde Tweede Kamer heeft gestuurd.
Waarom de Wet Werken naar vermogen?
“Ieder mens heeft recht op zelfbeschikking, verdient de kans het beste uit zichzelf te halen en zich te ontplooien. We schrijven niemand af, maar spreken iedereen aan. Een baan is immers de beste sociale zekerheid. Natuurlijk zorgen we samen voor wie echt niet kan meedoen.” Zo beschrijft het regeerakkoord van dit kabinet het individuele belang dat iedereen die dat kan, ook naar vermogen meedoet.
Nederland kent een aantal regelingen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te helpen. Dat stelsel is historisch gegroeid tot wat het nu is, met onvoldoende samenhang. De regelingen kennen verschillen in rechten en plichten - bijvoorbeeld of het inkomen van een partner al dan niet meetelt -, de hoogte van de inkomensondersteuning, bijverdienregelingen, uitvoering en financiering. Ook de mogelijkheden voor ondersteuning verschillen per regeling en daarmee ook de kans op werk.
De huidige regelingen slagen er (nog) onvoldoende in om mensen – zoals het kabinet wil - “het beste uit zichzelf te laten halen”. De regelingen zijn nog teveel vangnet en fuik en nog te weinig een springplank. Lees hierover meer in de hoofdlijnennotitie.
Bekijk hier een korte introductie van staatssecretaris De Krom over de nieuwe wet.
Wat gaat er veranderen?
De WWNV wordt een brede voorziening met zoveel mogelijk gelijke
rechten, plichten én arbeidsmarktkansen voor mensen
met arbeidsvermogen die nu nog gebruikmaken van de verschillende regelingen van
de Wsw, Wet Wajong en WWB/WIJ. De regeling heeft bij uitstek oog voor wat mensen
wèl kunnen. De meeste mensen kunnen meer dan soms wordt gedacht. De
uitkeringsvoorwaarden, financiering, ondersteuning en uitvoering van die huidige
regelingen worden met de nieuwe wet zoveel mogelijk gelijk getrokken.
Zie
hoofdlijnennotitie: huidige regelingen.
Rol van gemeenten
Het kabinet kiest ervoor om de WWNV te laten uitvoeren door het
bestuursniveau dat zo dicht mogelijk bij de burger staat: de gemeente. Dat is
een logische keuze. Gemeenten hebben immers al bewezen dat zij mensen heel goed
via een activerende benadering aan het werk kunnen helpen. Met de WWNV versterkt
het kabinet de regiefunctie van gemeenten, verbeteren de mogelijkheden voor
gemeenten om de inzet op de verschillende terreinen goed op elkaar af te stemmen
en wordt de dienstverlening aan de cliënt gestroomlijnd. De hoofdlijnennotitie
zegt daarover het volgende over.
Zie
hoofdlijnennotitie: uitgangspunten.
Hoe gaat de Wet werken naar vermogen werken?
Mensen met een arbeidsbeperking die straks een beroep doen op de nieuwe wet
zullen beoordeeld worden op hun mogelijkheden om (deels) te werken en de aanpak
die daarbij past. Kunnen zij alleen in een beschutte omgeving werken dan blijft
instroom in de Wsw mogelijk. Voor jonggehandicapten die geen mogelijkheden
hebben om te werken blijft de Wet Wajong bestaan.
Lees meer over
de
uitgangspunten in de hoofdlijnennotitie.
Hoe gaat het nieuwe stelsel er uitzien?
Met de WWNV komt er één regime voor iedereen met arbeidsvermogen die voorheen een beroep deed op Wajong, Wsw of WWB/WIJ. Voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn blijft de Wet Wajong bestaan. De rechten en plichten van mensen die nu een Wsw-dienstbetrekking hebben blijven ongewijzigd.
Mensen die straks in de WWNV instromen krijgen te maken met de
uitkeringsvoorwaarden van de WWB. Het gaat dan om zaken als: landelijke
bijstandsnormen en gemeentelijke toelsagen, een partner- en middelentoets, een
arbeids- en re-integratieverplichting en aanspraak op ondersteuning.
Zie
hoofdlijnennotitie: stelsel.
Wat betekent dat voor huidige Wajongers en Wsw'ers?
Voor Wajongers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, verandert er niets; ze houden een uitkering van 75% WML zonder dat gekeken wordt naar het inkomen van hun partner of andere middelen (geen partner- en middelentoets). Voor Wajongers die arbeidsvermogen hebben, zijn er wel veranderingen.
De huidige rechten en plichten in de Wsw veranderen niet voor de groep mensen
die op dit moment een dienstbetrekking hebben op grond van de Wsw. Maar: vanaf 1
januari 2013 is de Wsw alleen nog toegankelijk voor mensen met een indicatie
“beschut werken”.
Alle mensen die per 1 januari 2013 op de wachtlijst staan, behouden hun
indicatie. Als hun indicatie verloopt na 1 januari 2013 en zij nog niet zijn
ingestroomd in een Wsw-dienstbetrekking, worden zij bij de periodieke
herindicatie ge(her)indiceerd volgens het nieuwe –aangescherpte- criterium Wsw
“beschut werk”.
Meer
hierover in de hoofdlijnennotitie.
Verandert de keuring en indicatiestelling ?
Om de WWNV te kunnen realiseren, moet de indicatiestelling voor zowel de Wet Wajong als de Wsw worden aangepast. In de nieuwe situatie is de Wsw bijvoorbeeld alleen toegankelijk voor mensen die alleen beschut werk kunnen doen. De nieuwe indicatiestelling zal op een dusdanige wijze plaatsvinden dat de indicaties Wajong en Wsw op elkaar aansluiten. Het kabinet wil hiermee de eenheid in de beoordeling bevorderen.
De huidige systematiek van rechten en plichten in de Wsw verandert niet voor de mensen die op dit moment een Wsw indicatie hebben. Een klein deel werkt bij een gewone werkgever, de meesten doen ‘beschut werk’. Maar vanaf 1 januari 2013 komen nieuwe aanvragers alleen nog in de Wsw als zij slechts in beschutting kunnen werken.
Het UWV zal – net als nu - de indicatie voor de toekomstige Wajong en de
toekomstige Wsw uitvoeren. Het kabinet borgt op deze manier de onafhankelijkheid
van de keuring en de bestaande expertise met betrekking tot de doelgroep van de
Wet Wajong en Wsw.
Lees meer in de hoofdlijnennotitie.
Tijdelijk loondispensatie
De gemeente kan een werkgever (voor een bepaalde periode) loondispensatie
verlenen voor mensen die door een lichamelijke, verstandelijke, psychische of
andere beperking niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. De werkgever
betaalt dan alleen voor de werkelijk geleverde arbeidsprestatie. Zo wordt het
voor een werkgever aantrekkelijker om mensen met een arbeidsbeperking in dienst
te nemen.
De gemeente zal in de meeste gevallen de werknemer een aanvulling geven tot
maximaal het wettelijk minimumloon. Het loon en de aanvulling samen kunnen
tijdelijk minder bedragen dan 100% van het WML, zolang iemand nog niet naar zijn
volledige mogelijkheden werkt. Het kabinet wil mensen op deze manier stimuleren
zich verder te ontwikkelen. De financiële prikkel maakt meer werken lonend. Het
kabinet wil echter niet dat mensen altijd een inkomen onder het WML houden.
Daarom begrenst het kabinet de periode dat het inkomen (loon en aanvullende
uitkering samen) lager kan zijn dan het WML tot maximaal negen jaar; dat is
hetzelfde als in de huidige Wajong-werkregeling. Die periode kan ook korter
zijn, bijvoorbeeld als blijkt dat iemand al vijf jaar naar vermogen werkt en er
geen perspectief is dat diegene zich nog kan verbeteren.
Krijgen niet-uitkeringsgerechtigden ook ondersteuning?
Ook mensen met een arbeidsbeperking zonder uitkering kunnen aanspraak maken
op ondersteuning via de WWNV. Zij vallen ook onder de re-integratie
verantwoordelijkheid van gemeenten. Voor hen kunnen instrumenten als
jobcoaching, werkplekaanpassing en scholing worden ingezet. Een deel van deze
groep zal echter ook – als ze aan de slag gaat - vanwege een arbeidsbeperking
niet in staat zijn om het WML te verdienen. Het kabinet vindt dat onbevredigend:
immers ook zij moeten toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Het kabinet stelt
daarom voor deze mensen ook het instrument loondispensatie open. De gemeente
hoeft echter het inkomen van deze groep niet aan te vullen tot maximaal 100%
WML. Het gaat immers om niet-uitkeringsgerechtigden; zij hebben zelf al
voldoende middelen van bestaan; de overheid helpt hen alleen op weg naar werk.
Zie
hoofdlijnennotitie.
Verandert er wat in het ‘beschut werk’?
Gemeenten kunnen in de toekomst mensen die niet in staat zijn om bij een
reguliere werkgever aan de slag te gaan, gebruik laten maken van het instrument
’beschut werk’ in de Wsw. Het kabinet vraagt gemeenten om het gemeentelijk
beleid voor beschut werk in een verordening neer te leggen. Zo weten mogelijke
gebruikers wat zij op dit punt van hun gemeente mogen verwachten.
Meer
hierover in de hoofdlijnennotitie.
Actieve werkgeversbenadering én bereidheid bij werkgevers
Het aanpassen van de huidige voorzieningen voor mensen met arbeidsbeperkingen
alleen is niet genoeg om van de WWNV een succes te maken. Het hele systeem staat
en valt met de bereidheid van werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking in
dienst te nemen. Het moet voor werkgevers daarom aantrekkelijker en eenvoudiger
worden om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Werkgevers voelen
er niet veel voor om met alle afzonderlijke gemeenten zaken te doen. Gemeenten
moeten activiteiten als de werkgeversdienstverlening daarom op een effectief
schaalniveau uitvoeren. Het succes van de WWNV vereist een actieve
werkgeversbenadering én veel banen bij reguliere werkgevers. Gemeenten moeten
net als nu bij de WWB zorgen voor die goede werkgeversbenadering. In de praktijk
zijn veel gemeenten hier ook al mee bezig.
Zie hoofdlijnennotitie: werkgeversbenadering.
Herstructureringsfaciliteit Wsw
Uitgangspunt van het kabinet is dat mensen ook in de toekomst beschut kunnen
werken. Dit vraagt veranderkacht en innovatief vermogen van gemeenten en hun
sw-bedrijven. Vanaf 1998 is een begin gemaakt met deze omslag in denken en doen.
Dit heeft een extra stimulans gekregen met de ontwikkeling van de vernieuwende
aanpakken en methoden in de pilots in de sociale werkvoorziening ‘werken naar
vermogen’ die vanaf eind 2009 lopen. Met de nieuwe regeling Werken naar vermogen
vraag het kabinet gemeenten een verdere stap te maken bij de herstructurering
van de sociale werkvoorziening. Om de transitieperiode te overbruggen, zal een
herstructureringsfaciliteit voor de sw-sector worden gecreëerd. Het doel van
deze faciliteit is om de transformatie te ondersteunen richting een efficiëntere
bedrijfsvoering van de sector. De faciliteit wordt eenmalig vastgesteld op
maximaal 400 miljoen. De omvang en voeding van de faciliteit zijn gerelateerd
aan een aantal maatregelen, over de periode 2012 tot en met 2018.
Zie hoofdlijnennotitie: budgettair kader.
Pilots werken naar vermogen
Bij het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking spelen werkgevers, sw-bedrijven, gemeenten en UWV een cruciale rol. Zij krijgen tot eind 2012 de mogelijkheid om aan de slag te gaan met vernieuwende aanpakken en methoden. Ervaringen uit de pilots zullen worden betrokken bij de verdere vormgeving van WWNV. U kunt op de hoogte blijven van de pilots via de nieuwsbrief.
