Wsw
Financiering
Toekenning Wsw-budgetten
De minister stelt jaarlijks de uitkering vast voor de uitvoering van de Wsw (ongeveer € 2.4 miljard). Elke gemeente krijgt een deel van dit landelijke Wsw-budget voor het realiseren van een minimaal aantal Wsw-plaatsen in het betreffende jaar. Voor de berekening van het aantal te realiseren Wsw-plaatsen en dus de omvang van de subsidie, wordt gekeken naar het aantal inwoners (ingeschreven in de GBA) met een Wsw-indicatie die beschikbaar zijn voor werk. Een Wsw-geïndiceerde in de arbeidshandicapcategorie ‘ernstig’ (dit bepaalt het UWV) mag voor 1,25 worden meegerekend.
Uiterlijk vóór 1 oktober ontvangen de gemeenten de aan hen toebedeelde taakstelling. De gemeente ontvangt de bijbehorende subsidie in 12 maandelijkse voorschotten (conform artikel 6 van de Regeling Wsw).
Vaststelling
De vaststelling van de verstrekte uitkeringen vindt achteraf, na het uitvoeringsjaar, plaats. Hiervoor wordt gekeken naar het aantal door de gemeente verantwoorde gerealiseerde Wsw-plaatsen. Als een gemeente minder Wsw-plaatsen realiseert dan in haar taakstelling is opgenomen (onderrealisatie), moet de gemeente het geld terugbetalen (artikel 9 Wsw). Als er budget over is, mag de gemeente dit vrij besteden. Een gemeente die méér arbeidsplaatsen heeft gerealiseerd dan de taakstelling (overrealisatie), bekostigt deze extra plaatsen uit eigen middelen.
De actuele hoogte van toegekende budgetten de bonus vindt u bij de Nieuwsberichten.
Garantiestelling
Wanneer er grote schommelingen zijn in het aantal Wsw-geïndiceerden, kan de verdeling van het landelijke Wsw-budget leiden tot herverdeeleffecten. Een gemeente kan hierdoor een hogere of lagere taakstelling met bijbehorend budget ontvangen dan in het vorige jaar, ten koste of ten gunste van andere gemeenten.
Om te voorkomen dat gemeenten hierdoor in financiële problemen komen, is er een garantieregeling. Deze regeling bepaalt dat de daling of stijging van de rijksbijdrage in een jaar ten opzichte van het vorige jaar niet groter mag zijn dan een jaarlijks door het Rijk vast te stellen percentage. De hoogte van de garantiestelling wordt jaarlijks afgestemd met VNG/Cedris. De garantiestelling wordt vastgelegd door wijziging van de (Ministeriële) Regeling Wsw en gepubliceerd in de Staatscourant.
Loonbijstelling
De minister kan de hoogte van de uitkering wijzigen door een loonbijstelling. Dit is mogelijk als het een maatregel betreft die na vaststelling van de uitkering is getroffen én voor alle gemeenten gelijk werkt. Elk najaar wordt de kostenontwikkeling van het arbeidsvoorwaardenpakket bepaald (indexering). Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB doen de ministeries van Financiën en BZK een voorstel voor de hoogte van de compensatie. De ministerraad stelt de compensatie vast, waarna de minister van SZW beslist of de vastgestelde middelen worden uitgekeerd aan de Wsw-sector.
Bonus begeleid werkenplek
Om begeleid werken bij reguliere werkgevers te stimuleren, krijgen de gemeenten extra budget voor iedere begeleid werkenplek die in het verantwoordingsjaar is gerealiseerd. De stimuleringsuitkering bedraagt maximaal € 3.000 per gerealiseerde begeleid werkenplek (art. 17 en 18 Besluit Wsw). De bonus kunt u alleen besteden in het kader van de Wsw, bijvoorbeeld als beloning voor Wsw-ers die de overstap naar een reguliere baan hebben gemaakt of aan werkgevers die een begeleid werkenplek hebben.
